Opschorting van aandeelhoudersrechten

Wanneer u een aandeelhoudersbesluit opstelt moet u nagaan of de aandeelhouder(s) hun rechten kunnen uitoefenen. Dit is niet het geval bij een opschorting van aandeelhoudersrechten. De statuten kunnen bepalen dat zolang een aandeelhouder een statutaire verplichting niet nakomt of niet aan een statutaire eis voldoet, het stemrecht, het recht op uitkeringen of het vergaderrecht is opgeschort (art. 2:192 BW). Indien een aandeelhouder niet gebonden is aan een statutaire verplichting of eis, wordt dat in het aandeelhoudersregister vermeld.

Indien een aandeelhouder het stemrecht, het recht op uitkeringen en/of het vergaderrecht niet kan uitoefenen en niet gehouden is zijn aandelen aan te bieden en over te dragen, kan de aandeelhouder de vennootschap verzoeken gegadigden aan te wijzen aan wie hij al zijn aandelen zal kunnen overdragen. Wanneer de vennootschap niet binnen drie maanden na dat verzoek gegadigden heeft aangewezen, vervalt de opschorting.

Een opschorting van rechten vervalt ook, indien de opschorting tot gevolg heeft dat geen van de aandeelhouders het stemrecht kan uitoefenen.

Download PDF